Effectief middelenpakket krimpt drastisch in

INNOVATIE ONDER DRUK DOOR REGELGEVING EN ONVOORSPELBAARHEID

Dat het effectief middelenpakket voor telers al jaren onder druk staat, mag inmiddels als algemeen bekend worden verondersteld. Maar dat de komende jaren in een versneld tempo middelen zullen verdwijnen zonder dat er alternatieven voor in de plaats komen, is een probleem dat door velen wordt onderschat. Het thema van de onlangs gehouden jaarvergadering van Nefyto haakte in op deze ontwikkeling. Dat thema luidde 'We kunnen zonder..!?'.


Kunnen we zonder?

'We kunnen zonder..!?', luidde de uitdagende titel van de jaarvergadering van Nefyto die op 11 december 2018 plaatsvond in Den Haag. De ruim 130 deelnemers aan de jaarvergadering gingen deze discussie aan, zowel onderling als met een panel van zes deskundigen met een diverse achtergrond.

De discussie werd voorafgegaan door de jaarrede van Nefyto-voorzitter Carlos Nijenhuis. Daarin liet hij onder meer een grafiek zien met toegelaten groene middelen, die hoopvol stemt: dit aantal groeit de laatste jaren gestaag. De grafiek met Europees goedgekeurde actieve stoffen (zie hieronder) is zorgelijk, waaraan Carlos Nijenhuis kon toevoegen dat er in 2017 slechts één actieve stof Europees is goedgekeurd.

Er volgde een levendige discussie rond de vraag of we zonder (gesynthetiseerde) gewasbeschermingsmiddelen kunnen. Feit is dat er technologische ontwikkelingen zijn die het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen drastisch kunnen verlagen, met name op het gebied van veredeling en precision farming. Maar er moet nog veel kennis ontwikkeld worden om deze technologie optimaal te kunnen toepassen en dit kost tijd. De aanwezigen waren het erover eens dat telers een goed gevulde toolbox aan instrumenten nodig hebben, juist ook om Integrated Pest Management te kunnen toepassen, en dat we daarom gewasbeschermingsmiddelen niet kunnen missen.


Steeds minder nieuwe actieve stoffen

Bijgaande grafiek laat zien dat wereldwijd het aantal geïntroduceerde actieve stoffen steeds verder afneemt. En dat lang niet alle geïntroduceerde stoffen worden geregistreerd in Europa. Bron: CropLife International

Cut-off criteria: 25 procent verdwijnt

Vóór de eerste ronde van de Europese herbeoordeling waren er in de Europese Unie ruim duizend actieve stoffen op de markt. Na die eerste ronde waren er zo'n 300 van over. Al die stoffen wacht de komende tijd hun tienjaarlijkse herbeoordeling. De verwachting is dat daardoor 25 procent van de huidige goedgekeurde actieve stoffen zal verdwijnen.

De belangrijkste oorzaak daarvan is de introductie van de zogeheten cut-off criteria. Die komen hierop neer: heeft een stof hormoonverstorende of kankerverwekkende eigenschappen, dan wordt de stof niet goedgekeurd. Daarbij wordt alleen naar intrinsieke gevaareigenschappen gekeken. En niet naar de mate waarin een effect optreedt, het daadwerkelijke risico en risicoreducerende maatregelen.

Gewasbeschermingsmiddelen zijn de enige stoffen die dergelijke cut-off criteria kennen. Bekend is dat onder meer koffie, alcohol en suiker ook hormoonverstorende of kankerverwekkende eigenschappen hebben.

Innovatie wordt geremd

"Innovatie is de core business van de gewasbeschermingsbedrijven", zegt Nefyto-voorzitter Carlos Nijenhuis. "En het is juist die kernactiviteit die de laatste jaren meer onder druk is komen te staan, met name door de strenger wordende Europese regelgeving. Daar komt bij dat het toelatingsbeleid steeds moeilijker voorspelbaar wordt, vooral door politieke besluitvorming. Dat is lastig voor een bedrijfstak die er bijna tien jaar over doet en vele miljoenen moet investeren om een actieve stof te ontwikkelen en goedgekeurd te krijgen. Die onvoorspelbaarheid remt de innovatie, omdat je als industrie niet weet of het zal renderen om miljoenen te investeren in een nieuwe actieve stof. Er zou veel mee gewonnen zijn als dit door de politiek onderkend werd en dat die voorspelbaarheid verbetert."


Politieke bemoeienis maakt onvoorspelbaar

De goedkeuring van een actieve stof is op Europees niveau geregeld. Het proces naar wel of geen goedkeuring kent een aantal van tevoren gedefinieerde stappen. De laatste stap wordt genomen door de SCoPAFF, een comité waarin alle lidstaten zijn vertegenwoordigd.

"Oorspronkelijk was dit een min of meer formele bevestiging van de uitkomst van de voorafgaande risicobeoordeling", zegt Nefyto-directeur Maritza van Assen. "Maar steeds vaker zien we dat de politiek zich met deze beslissing gaat bemoeien. De uitkomsten van de voorafgegane intensieve toelatingsbeoordeling doen er dan nauwelijks meer toe. Dit voegt een onvoorspelbare factor toe in de laatste stap van een traject dat zo'n tien jaar in beslag neemt. Dit werkt remmend op de innovatie.”

Dat geldt ook voor biologische middelen. “Die moeten ook veilig kunnen worden toegepast en moeten dus aan dezelfde eisen voldoen. De ontwikkeling van biologische middelen ondervindt soortgelijke hindernissen."


Toetsingskader steeds onduidelijker

Om investeringen in toelatingsstudies te doen, is het voor aanvragers belangrijk dat er heldere en geharmoniseerde criteria zijn. Ook de toelatingsinstanties hebben een duidelijk toetsingskader nodig. Daartoe zijn er op Europees niveau zogeheten Guidance documenten (richtsnoeren) opgesteld.

De laatste jaren zijn de richtsnoeren die beschikbaar komen zeer lastig of zelfs onmogelijk om toe te passen. Zo staat de richtsnoer voor effecten op bijen, de Bee Guidance, al vijf jaar ter discussie en vinden de lidstaten deze nog niet geschikt om vast te stellen. Er zijn nog meer soortgelijke richtsnoeren in voorbereiding, waarbij de verwachting is dat deze dezelfde problemen zullen opleveren.

Telers hebben een goed gevulde toolbox aan instrumenten nodig,
juist ook om Integrated Pest Management te kunnen toepassen